Boekje: 4. Raadsel

Raadsel: vanaf 2003

Hoofdstuk 4

In 2002, vlak voor de Kerst, zond de EO de serie “Catherine zoekt God” uit: zes uitzendingen waarin Catherine Keyl christenen aan de tand voelde over hun geloof. Zou dit programma antwoord geven op de vraag: “Hoe krijgen mensen het voor mekaar dingen te geloven waarvan je op je klompen kunt aanvoelen dat het niet waar is?”
Na afloop van de serie was Catherine niet veel wijzer en ik ook niet. Ik realiseerde me hoe lang ik al met die vraag rondliep en dacht ineens:

“En nu wil ik het weten ook!”

“Hoe kom ik daar achter? Zal ik wachten op een volgende, soortgelijke, serie? Die komt er misschien niet. Het zal vast wetenschappelijk onderzocht zijn. Waar vind ik zo’n boek? Is er niet een snel antwoord op één A4-tje? Zal ik zoeken in de openbare bibliotheek? Ik ga in ieder geval de Bijbel lezen, want om mensen echt te begrijpen moet je je verdiepen in hun uitgangspunten.”

Ook bij het lezen van boeken over het christelijk geloof leek enige bijbelkennis wel handig.

Ik begon met “Handboek bij de Bijbel”, een boek vol plaatjes en dat is altijd leuk. Maar het was meer dan leuk: er stonden ook landkaarten en chronologische overzichten in.
Kennelijk speelden de bijbelverhalen zich af in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats. Dat maakte de Bijbel minder sprookjesachtig, want in sprookjes is vaagheid immers troef: er was eens, heel lang geleden, in een land hier ver vandaan ….
Ik zag kaartjes waarop de vier reizen van de apostel Paulus ingetekend waren: door Israël, Turkije, Griekenland en Italië. Ik raakte onder de indruk van het werk dat deze man had verzet om het evangelie te verspreiden.

Bovendien ontdekte ik flink wat hiaten in mijn kennis van het christelijk geloof. Zo las ik tot mijn stomme verbazing dat de hof van Eden waarschijnlijk tussen de Eufraat en de Tigris gelegen heeft. Tot die tijd leefde ik in de veronderstelling dat Adam en Eva in betere tijden bij God in de hemel (het paradijs) rondhuppelden. Na het eten van de vrucht had God ze over het randje gekieperd en waren ze op de aarde gevallen: de zondeval.

Een ander misverstand was dat ik dacht dat Jezus Christus in het jaar nul geboren was en vóór die tijd dus niet bestond. Maar erger nog: ik wist tot dan toe niet waarom Jezus aan het Kruis was gegaan. En dat terwijl ik toch al 52 jaar in een christelijk land leefde. Evenmin had ik gehoord van de verwachte wederkomst van Jezus. Het christelijk geloof bleek complexer dan gedacht. Het “Handboek” gaf me een nuttige tip: als je de Bijbel wilt lezen, begin dan bij het Nieuwe Testament. Dat deed ik.

Mijn eerste ervaring: “Indrukwekkend, zo’n eeuwenoud boek: hoeveel generaties hebben deze teksten gelezen! Ook Rembrandt en Vondel. Van hoeveel andere lectuur kun je dat zeggen?”
uitgesleten drempelHet deed me denken aan de Notre Dame in Parijs, ook indrukwekkend oud, hoewel lang niet zo oud als de Bijbel. Die kathedraal heeft een drempel die door de eeuwenheen door ontelbare voetstappen uitgesleten is. Als die drempel kon spreken, wat had hij dan veel te vertellen! Dat was niet zomaar een steen. Net zo min was de Bijbel zomaar een boek.

Ik las om een globale indruk te krijgen en vloog dan ook door de bladzijden heen. De moderne vertaling las best prettig. Het begon me te boeien. Toch bleef ik ervan overtuigd dat ik verzinsels las, maar ze waren wel mooi. Mooi, dat God een plan heeft met je leven. Mooi, dat je bedoeld bent zoals je bent. Mooi, dat God je door en door kent en toch van je houdt. Mooi, dat Hij bij je is en je niet verlaat. Mooi, dat er méér is, iets dat de mens overstijgt.

Op een keer overkwam me iets vreemds. Het was maar een incident, maar wel illustratief. Ik las over “kind van God worden”. Ik concludeerde nuchter: “Dat ben ik niet, want ik ben atheïst”. Tegelijkertijd vond ik het jammer dat dit voorrecht aan mij voorbij ging. ““Jammer? Hoezo jammer? Het is niet jammer, het is absurd: nou wil ik nota bene een kind worden van iemand die niet eens bestaat!” Mijn gevoel begon te geloven, maar mijn verstand kwam niet mee in dit proces.

Na enige weken begon ik me te realiseren dat mijn leesdoel veranderd was. Natuurlijk was ik nog steeds op zoek naar de oplossing van het raadsel, maar er was iets bijgekomen. Ik deed het ook omdat de Bijbel me aansprak. strijd gevoel-verstandDat werd steeds duidelijker. Gods Woord had me geraakt en liet me niet meer los. Het was alsof ik de regie kwijt was: “De Bijbel is er met mij vandoor in plaats van andersom.” Een benauwend gevoel: alsof ik in de verkeerde trein was gestapt, een trein die tot overmaat van ramp niet meer stopte. “Als ik zo doorga, word ik nog christen ook!” Een bizar vooruitzicht.

Toch temperde dat mijn enthousiasme voor de Bijbel niet. Ik keek naar de tv-meditaties van ds. Arie van der Veer, vaak gevolgd door een kerkdienst op het andere net. In de mooie zomer van 2003 merkte ik at ik beide uitzendingen op zondagochtend niet meer wilde missen. Al was het buiten stralend weer, ik bleef er voor thuis.
Sterker nog: ik wilde wel eens een kerkdienst in het echt zien, niet alleen op tv. De schroom was groot, want wat staat je te wachten? En bovendien, een kerk, daar hoor je toch niet te komen als ongelovige!

Toch ging ik. Ik parkeerde mijn fiets op royale afstand van de kerk. Niemand mocht weten dat ik daar was. Ik sloop achter een oudere vrouw aan het gebouw binnen. Zij zou de weg wel weten, vermoedde ik. Het lukte en daar zat ik dan. Tot die dag waren de woorden “kerk” en “saaiheid” synoniem. Maar wat ik daar meemaakte was beslist niet saai. De preek ging over datgene waar ik al een half jaar in m’n uppie zo intens mee bezig was. En nu kreeg ik er uitleg bij! “Wat een uitvinding, zo’n kerk.”

Een andere aparte ervaring was het gebed. Sinds de Bijbel mij was gaan boeien, bad ik wel eens. Geklungel vond ik dat, omdat ik veronderstelde dat er regels voor waren die ik niet kende. Maar toen, in die kerk, bad de dominee en ik bad in stilte mee. “Dit is zoals het moet”, dacht ik, ““Dit is mijn eerste, echte gebed”. Tijdens het bidden realiseerde ik me dat iedereen de ogen dicht had. In welke bioscoop of welk theater maak je zoiets mee? Conclusie na afloop van de kerkdienst:

Dit is het voor mij. Dit is blijvend!

Terug naar inhoudsopgave

Verder met hoofdstuk 5: Is het waar?